U bent mijn rots, mijn vesting, u zult mijn gids zijn, mij leiden, tot ?eer? van uw naam.
Gids

[LEES:]
Wat valt je op in bovenstaande woorden? Wat raakt je?

[LUISTER:]
Je bent op zoek naar zekerheid en veiligheid en naar een weg die je gaan kunt. Vertrouw erop dat ik erbij ben in je zoektocht. Ik ben je rots en Ik ben je vesting: dat geeft zekerheid en rust. En Ik ben ook je gids: ik leid je op de weg die je te gaan hebt. Tot eer van de Vader!

[BID:]
Heer Jezus, leid mij op de weg die ik te gaan heb.

[WEES STIL:]
Neem nu tijd om stil te zijn in Jezus' aanwezigheid.